In de pers

Eer het vat in duigen valt

Om te beginnen heeft de uitgeverij Garant er een mooie paperback van dik 300 pagina’s van gemaakt, waarbij gekozen is voor een toegankelijke tekst, ondersteund met veel beeldmateriaal. De vele foto’s en tekeningen verhullen de deskundigheid van de schrijver niet, want voor degenen onder ons die zich graag vastbijten in de wiskunde van zo’n vat, gaat een van de 23 hoofdstukken over de kuiperswiskunde.
Al is de kuiperswiskunde het meest ingewikkelde hoofdstuk,  zelfs dit hoofdstuk munt net als de rest uit door klare taal en helder ondersteunende foto’s en tekeningen: een kind kan de was doen! En ook daar waren wastobbes voor!

Een van de grote verdiensten van dit boek is ongetwijfeld dat we nu in het Nederlandse taalgebied een compleet boek over het onderwerp kuipen hebben.

Achter in het boek  vind je een uitgebreid Lexicon van de kuiper en wordt in woord en beeld uitgelegd wat een aarsgat, een dopper, een foeder, een kim is of wat krozen, pegelen of uitlopen betekent.

Dit boek is in alles volledig: of het nu gaat over de wereld, waar Erik zelf uit afkomstig is als zoon van een dorpskuiper, of dat hij het nodige vertelt over die grote stoomkuiperijen, die aan het eind van de 19e eeuw de kleine stadskuiperijen verdringen. Je beseft, terwijl je dit boek leest en bekijkt, dat die romantische regenton in de achtertuin ooit de container is geweest, waar de totale handel in vervoerd werd: letterlijk alles van spijkers, margarine, haring tot en met whisky en petroleum.

Dat dit knappe ambacht niet vergeten wordt in de Lage Landen bij de Zee is de bijzondere verdienste van Erik Waelput.  Het is een alomvattend en sluitend betoog geworden, waar deze ware als kuiperszoon voor ogen moet hebben gestaan: Soo ’t niet sluit, ’t lekt er uit!

Paul vander Lugt in “ Ambacht en Gereedschap” april 2005 Oosterhesselen (Nederland)


Het boek van Erik Waelput geeft een vrij overzichtelijk beeld van het ambachtelijk kuipen. Het werk werd bekroond met de Driejaarlijkse Prijs voor Volkskunde van de Provincie Oost-Vlaanderen.
Op zo’n 300 bladzijden wordt een overzicht gegeven van de historiek, de soorten kuipers, de techniek van het kuipen vroeger en nu, het lexicon van de kuiper en zelfs een brokje kuiperswiskunde.
Het boek is overzichtelijk en rijkelijk geďllustreerd met historisch en actueel beeldenmateriaal. Zelfs als  leek krijg je een goed beeld van wat het kuipersambacht inhield op technisch, economisch, sociaal en zelfs cultureel vlak.

Annick Vansevenant “ Brouwersblad”  en Le Journal du Brasseur” maart 2005 Brussel.


Keurig geďllustreerd met tientallen foto’s en tekeningen is het boek doorspekt met allerlei weetjes die menig brouwer of liefhebber van op houten tonnen gerijpte bieren zullen interesseren. Voorzien van citaten, spreekwoorden en gedichten rond het kuipersambacht en geschreven in een vlotte taal, verdient dit werk een plaats op de bovenste ton.

Café Revue


Het boek van Erik Waelput is een staaltje zuivere volkscultuur. Hij beschrijft haarfijn de techniek van het kuipen, de nodige grondstoffen en de kuiper zelf. De historische achtergrond verklaart de infiltratie van het kuipen in onze spreekwoorden, onze familienamen en benamingen.

Koen de Mesel in “ Houtnieuws”


Catalogus Kuipersgereedschap

Zijn eerbetoon aan het kuipersvak maakte dat dit vervolg in de vorm van een catalogus er moest komen.
De catalogus is geen wetenschappelijke verhandeling en pretendeert dat ook niet te zijn.  Zoals Waelput schrijft is het een ‘gids’  bedoeld voor museummedewerkers en andere liefhebbers van ambachtgereedschappen. De indeling van de catalogus is eenvoudig en helder, zonder veel poespas wordt ieder gereedschap uitgetekend volgens een vast stramien.
Waelput kiest ervoor ieder ambachtelijk gerei middels een lijntekening af te beelden gevolgd door de Nederlandse benaming. Daarna vermeldt hij de Franse, Engelse en Duitse term. In een daaropvolgende korte catalogustekst geeft hij een beschrijving niet alleen van het onderhavig voorwerp, maar ook van het gebruik en de functie. Veelvuldig kun je beschrijvingen aantreffen van specifieke bewegingen die door de kuiper werden gemaakt om het werktuig zo optimaal mogelijk te gebruiken. Zijn er bijzondere onderdelen te vermelden dan vind je die in kernachtige teksten terug. Tenslotte wordt iedere catalogusvermelding besloten door een opsomming van de diverse benamingen van het stuk gereedschap met de bronvermelding daarbij.

Toch moet worden geconstateerd dat Erik Waelput er wederom in is geslaagd een bruikbaar boek te maken dat inderdaad zijn weg zal weten te vinden naar de professionele onderzoekers van ambachtsgereerdschap in musea en liefhebbers van vele musea. Het is een prijzenswaardige publicatie geworden die niet mag ontbreken in de bibliotheek van vele musea

Emile van Binnebeke,   medewerker Openluchtmuseum Arnhem (Nl)  in “Ambacht en Gereedschap” april 2006